Slavernij 3 – Weg met de slavernij!

Scroll down to content

Aan het einde van de achttiende eeuw werden schrijvers steeds kritischer over slavernij en de slavenhandel. Verlichtingsfilosofen schreven pamfletten waarin zij de morele en economische noodzaak van de slavernij ontkrachtten. Horrorverhalen over brute straffen, mishandelingen en uitbuiting hielpen mee het tij te keren. We noemen dit streven naar het afschaffen van slavernij het abolitionisme. Engeland verbood de transatlantische slavenhandel in 1807 en de slavernij in 1833. Frankrijk volgde snel. Nederland was een van de laatste Europese landen die overging tot het afschaffen van de slavernij. Op 1 juli 1863 werden meer dan zesendertigduizend Nederlandse slaven bevrijd.

In 1796 verscheen in Nederland het toneelstuk De Negers van P.G. Witsen Geysbeek, een vertaling van de populaire Duitse toneelschrijver August von Kotzebue. In het stuk lezen we over de Jamaicaanse plantage van de Engelse slaveneigenaar John. John beveelt de mooie slavin Ada het bed met hem te delen. Zij wil echter trouw blijven aan haar overleden geliefde. Ook lezen we over de oude slaaf Ayos, die zichzelf heeft verkocht om zijn zoon Zameo te kunnen zien, en Johns broer William, die een heel andere kijk heeft op slavernij.

Vragen en opdrachten

1. Welke romans over slavernij en abolitionisme ken je? Zitten daar ook klassiekers uit de achttiende en negentiende eeuw bij?

2. Lees het tiende en elfde toneel (pagina 25 tot 38) van Witsen Geysbeeks De Negers. De tekst kun je hier vinden. Maak eventueel gebruik van het WNT en de lijst van personages voorafgaand aan het stuk.

a. De broers William en John kijken allebei heel anders tegen slaven aan. Welke argumenten gebruikt John om slaven te mogen houden? En hoe probeert William dit te ontkrachten?
b. Zijn alleen de Engelsen schuldig aan slavernij volgens dit stuk? Beargumenteer je antwoord.
c. Hoe ging de vader van William om met zijn slavinnen Ada en Lilli? Welk mens-beeld blijkt hieruit?
d. Op welke manieren worden Ada en Lilli als exotisch gepresenteerd? Geef ten minst een citaat.
e. Leg het volgende citaat uit: “Wij kerven onze huid, gy uwen zielen; wij geloven dat de naaden in het aangezicht ons schooner [mooier] maken, gy houdt uwen laster voor schoon.” Wat betekent dit?

3. Lees het voorbericht voorafgaand aan het toneelstuk (pagina I-XI). Maak eventueel gebruik van het WNT.

a. Kotzebue en Witsen Geysbeek zijn aan het woord. Het stuk tussen aanhalingstekens is een vertaling van Kotzebue. Wat wil Kotzebue bereiken? Is hij tegen de slavenhandel?
b. Wat vindt Witsen Geysbeek van de slavenhandel? Welke argumenten draagt hij aan?

4. Op 18 januari 2018 werd een stuk van De Negers opgevoerd tijdens een congres over slavernij in de achttiende eeuw. Zou je, op basis van wat je gelezen hebt, het toneelstuk nog willen opvoeren? Motiveer je antwoord.