De beurs 1 – Aandeel in de Gouden Eeuw

Scroll down to content

In 1606 telde de bode Pieter Harmensz. honderdvijftig gulden neer voor een aandeel van de VOC-kamer Enkhuizen. Hij is daarmee een van de oudste investeerders uit ons land. Het document werd in 2010 gevonden door een student geschiedenis in het Westfries Archief in Hoorn. De twee pagina’s staan aan het begin van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en Nederlands Gouden Eeuw.

Vragen en opdrachten

1. In 2015 vertelde historicus Maarten Prak, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, tijdens het tv-programma ‘Universiteit van Nederland’ over Nederlands oudste aandeel. Bekijk het volgende fragment (vanaf 7:55) en beantwoord de volgende vragen.

a. Leg uit waarom de VOC beleggers nodig had om handel te drijven met de Oost.
b. Leg uit waarom de VOC voor beleggers geen onmiddellijk succes was.
c. Volgens Prak werd de Nederlandse gulden het voornaamste betaalmiddel. Leg het belang daarvan uit.

2. Voor het oudste aandeel van bode Pieter Harmensz. werd een website gemaakt. Bekijk  het document en beantwoord de volgende vragen. Maak gebruik van de uitleg die wordt gegeven. NB. Er zijn twee pagina’s. De website vind je hier.

a. In het document wordt verklaard dat Pieter Harmensz. twaalf gulden en tien stuivers inlegde, maar het hele aandeel komt neer op honderdvijftig gulden. Leg uit hoe dat zit.
b. Feitelijk gezien is het document geen aandeel. Wat is het wel?
c. Pieter Harmensz. werd onder andere uitbetaald in ‘nagelen’ en ‘cappeletten’. Leg uit wat dat zijn en waarom Harmensz. zo kreeg uitbetaald.
d. Op de website van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) kun je bedragen uit het verleden omrekenen naar een actueel bedrag in euro. De website vind je hier. Hoeveel geld gaf Pieter Harmensz. omgerekend uit voor zijn aandeel?

3. In 2003 kreeg de universiteit van Yale in de Verenigde Staten een heel bijzonder document in handen: een Nederlands aandeel uit de zeventiende eeuw die tot de dag van vandaag geld waard is. Het aandeel werd in 1648 uitgereikt door het hoogheemraadschap Lekdijk, een instantie die zo’n dertig kilometer aan dijken en kanalen beheerde aan de Lek. De eigenaar, ene Niclaes de Meijer, betaalde er maar liefst duizend gulden voor. Tot in de eeuwigheid kon men op vertoon van dat papiertje jaarlijks 5% rente innen.

a. Met welke hedendaagse instantie kun je een hoogheemraadschap vergelijken? Motiveer je antwoord.
b. Gebruik opnieuw de website van het IISG. Hoeveel geld gaf Niclaes de Meijer omgerekend uit voor zijn aandeel? De website vind je hier.
c. Bekijk de achterzijde van het aandeel. Leg uit om wat voor aantekeningen het gaat? De pagina vind je hier.