De beurs 2 – Een nieuwe beurs

Scroll down to content

De beurs op het Amsterdamse Rokin was een belangrijk symbool voor de Nederlandse welvaart. Anders dan nu was het in de zeventiende en achttiende eeuw heel gebruikelijk om een bezoekje te brengen aan de beursvloer. Door de eeuwen heen zijn er verschillende beursgebouwen geweest. In 1611 legde de architect Hendrick de Keyser de laatste hand aan het eerste gebouw. In navolging van steden als Antwerpen en Londen trok het stadsbestuur er grof geld voor uit. De dichter Vondel lauwerde het als het achtste wereldwonder.

Sinds 1903 heeft Amsterdam de Beurs van Berlage, dat na een lange procedure van prijsvragen en beleidsplannen werd voltooid. Architect Berlage stelde een groot decoratieprogramma op met muurschilderingen, glas-in-loodramen en gebeeldhouwde versregels die het belang van het gebouw illustreren.

Vragen en opdrachten

  1. Onderzoekers Timothy De Paepe en Inger Leemans maakten op basis van plattegronden en beschrijvingen een 3D-model van de Beurs van Keyser. Bekijk de volgende modellen. Wat valt je op? Is dit het idee dat je hebt bij een beurs?
  2. In 1643 werd onder het pseudoniem ‘Beurs-Knecht’ een gedicht uitgegeven, dat wordt toegeschreven aan de dichter Vondel. Bekijk de oorspronkelijke prent waarop het gedicht werd afgedrukt. Wat valt je op aan de versieringen? Waar verwijzen deze naar? De prent vind je hier.
  3. Lees klassikaal de volgende passages uit het gedicht van Vondel. Sta stil bij woorden en uitdrukkingen die je niet kent. De tekst kun je hier vinden.
    1. Hoe kijkt het gedicht aan tegen de Amsterdamse beurs? Motiveer je antwoord.
    2. Vondel schrijft: “Uw wissel draeft vast op en neêr / Dat postpaert maeckt wel knecht van heer.” Wat wordt met deze regels bedoeld?
    3. In de voorlaatste strofe wordt een vergelijking gemaakt tussen de beurs en een visser. Wat is de overeenkomst tussen deze twee?
    4. Het gedicht is ondertekend met ‘Buersknecht’. Wat wordt daarmee bedoeld?
  4. Collega-dichter Jan Zoet reageerde op het gedicht van Vondel. Lees klassikaal de volgende passages. Sta stil bij woorden en uitdrukkingen die je niet kent. De tekst kun je hier vinden.
    1. Is Jan Zoet het met Vondel eens? Hoe kijkt hij tegen de beurs aan? Motiveer je antwoord.
    2. Zoet heeft het in de eerste strofe over “Mijn Kaizer, en mijn Kaizer-stuk”. Wat bedoelt hij daarmee?
  5. Voor de tegenwoordige Beurs van Berlage schreef de dichter Albert Verwey rond 1903 het gedicht ‘De toren’. Lees klassikaal het gedicht van Verwey. Sta stil bij woorden en uitdrukkingen die je niet kent. De tekst hier je hier vinden.
    1. De toren van Verwey geeft advies aan zowel Amsterdammers als nieuwkomers. Hoe zou je dit advies omschrijven?
    2. “Beidt uw tijd” en “Duur uw uur” zijn op de toren van de Beurs van Berlage gezet. Wat betekenen deze regels? Vind je het goed advies?